De signalen uit de sector worden steeds urgenter: bijna een derde van de sociale huurwoningen kampt met vocht- en schimmelproblemen, blijkt uit nieuwe cijfers van de Woonbond. Maar woningcorporaties – jarenlang gezien als de stabiele pijlers van de volkshuisvesting – kunnen het onderhoud simpelweg niet meer bijbenen.
Decennia van financiële druk, een reeks governance-schandalen en steeds strengere regelgeving hebben geleid tot structurele achterstanden in renovatie en herstel. En dat terwijl de maatschappelijke verwachtingen alleen maar blijven stijgen.
Achterstallig onderhoud niet langer te vermijden
In veel steden stapelen de klachten zich op. Bewoners melden schimmelplekken, optrekkend vocht, lekkages en zelfs situaties met instortingsgevaar. Het gaat allang niet meer om incidenten – het is een systeemprobleem dat onder hoge druk zichtbaar wordt.
Corporaties weten dit. Bestuurders weten dit. Huurders roepen dit al jaren.
De pijnlijke realiteit: het onderhoudsniveau van het bestaande bezit is structureel verwaarloosd, niet uit onwil, maar uit noodzaak. Elke euro moest jarenlang drie keer worden omgedraaid – met alle gevolgen voor de leefbaarheid.
Structurele financiële druk: een erfenis van beleid en schandalen
De wortels van dit probleem liggen diep:
-
Vanaf de jaren ’90 werden corporaties op afstand gezet en moesten ze opereren als quasi-marktpartijen.
-
Het vertrouwen in de sector kreeg klappen door schandalen zoals Rochdale en Vestia.
-
Strengere regels en toezicht beperkten de investeringsruimte verder.
-
De verhuurdersheffing onttrok jarenlang miljarden aan de sector.
Deze factoren creëerden een cultuur van financiële voorzichtigheid en risicomijding. De focus verschoof van investeren naar beheersen – en onderhoud werd een sluitpost.
Ambities lopen vast op financiële en organisatorische grenzen
Hoewel de verhuurdersheffing in 2023 is afgeschaft, is de lucht nog lang niet geklaard. Corporaties moeten opnieuw enorme ambities waarmaken:
-
tienduizenden nieuwe sociale woningen bouwen
-
bestaande woningen versneld verduurzamen
-
de slechtste woningen vóór 2026 renoveren of vervangen
Maar de realiteit is weerbarstig:
-
bouwkosten zijn historisch hoog
-
bouwlocaties zijn schaars
-
netcongestie frustreert verduurzaming
-
personeelstekorten spelen door de hele keten
-
toezicht en regelgeving blijven streng
Bestuurders, zoals Marieke Kolsteeg van Hef Wonen, noemen het “onmogelijke keuzes” tussen onderhoud, nieuwbouw en verduurzaming. Wat je ook kiest – het gaat altijd ten koste van iets anders.
Bewoners betalen de prijs van bestuurlijke terughoudendheid
Voor huurders is de impact direct voelbaar. In veel wooncomplexen verslechteren leefomstandigheden sneller dan corporaties kunnen ingrijpen. Bewoners voelen zich vergeten, en dat is begrijpelijk. Hun woningen kampen met problemen die zich over jaren hebben opgebouwd – en die zich niet meer laten wegpoetsen met symptoombestrijding.
Met 29% van de sociale huurvoorraad die vocht- of schimmelproblemen vertoont, is het duidelijk dat dit geen bewonersprobleem is. Het is een systeemprobleem.
Waarom juist nu een structurele aanpak van schimmel essentieel is
Corporaties zitten in een lastig speelveld. Maar juist daarom is het belangrijk om de juiste keuzes te maken. Een structurele aanpak van vocht en schimmel is geen luxe – het is een randvoorwaarde voor gezond en toekomstbestendig vastgoedbeheer.
Door vroegtijdig en integraal in te grijpen:
-
voorkom je grotere schade
-
verbeter je de gezondheid en tevredenheid van bewoners
-
creëer je inzicht in structurele bouwkundige oorzaken
-
voorkom je juridische claims en escalaties
-
zet je vertrouwen en kwaliteit centraal in de wijk
Het is een investering die loont – financieel én maatschappelijk.


